Frenchee
Grammatica7 min leestijd·28 september 2026

Welke tijd komt na « si » in het Frans?

Waarom de conditionnel na si verboden is, de vier voorwaardesystemen en de twee uitzonderingen.

Welke tijd komt na « si » in het Frans?

Na een voorwaardelijk « si » is de conditionnel in het Frans verboden, om een chronologische reden. Vier tijdcombinaties dekken bijna alles, twee uitzonderingen laten de conditionnel toch toe, en een studie uit 2009 onder 120 sprekers laat zien dat de spreektaal losser is dan de regel.

Waarom is « si j'aurais » fout?

Omdat de voorwaarde vóór het gevolg komt. De fiche van de Vitrine linguistique van het Office québécois zegt het zonder omhaal: de voorwaarde « ne peut être qu'au passé ou au présent (et non au conditionnel ou au futur) », terwijl het gevolg alleen in de toekomende tijd kan staan.

De bijzin met « si » draagt het vertrekpunt, blijft dus in het reële of in het verleden, en de conditionnel verhuist naar de andere kant van de komma. Het houvast: één uitgang op « rais » per hypothese, en nooit na « si ».

Welke vier systemen bestaan er met « si »?

De fiche over tijdsovereenkomst van het Centre collégial de développement de matériel didactique onderscheidt er vier.

  • Waarschijnlijke voorwaarde: si + presens of passé composé, hoofdzin in de toekomende tijd. « Nous quitterons le port si la mer est haute. »
  • Onwerkelijk in het heden: si + imparfait, hoofdzin in de conditionnel présent. « Vous comprendriez mieux si vous lisiez le texte en entier. »
  • Onwerkelijk in het verleden: si + plus-que-parfait, hoofdzin in de conditionnel passé. « Vous auriez mieux compris si vous aviez lu le texte. »
  • « Si » in de zin van « wanneer » of « telkens als »: beide werkwoorden in dezelfde tijd. « Si tu as escaladé l'Everest, moi, j'ai marché sur la Lune. »

Hier zit de echte valkuil voor Nederlandstaligen, en die komt niet van de regel maar van wat het Nederlands toestaat. Naast « als ik tijd had, zou ik komen » is « als ik tijd zou hebben, kwam ik » volkomen gangbaar: « zou » mag in de bijzin staan. Precies die vrijheid produceert « si j'aurais le temps », in het Frans onmiddellijk als fout gehoord. In het Frans ligt de markering aan één kant vast: de bijzin blijft in de zuivere indicatief, alleen de hoofdzin krijgt de conditionnel. Wie in het Nederlands mag kiezen, kan dat hier niet.

Het Office voegt een variant toe: na een plus-que-parfait kan de hoofdzin in de conditionnel présent blijven als het gevolg nog geldt. « Si tu étais déjà allé à Londres, tu comprendrais » gaat over het heden.

Wanneer is de conditionnel na « si » wel correct?

Twee gevallen, en zij verklaren zinnen in officiële brieven die fout lijken.

Het eerste is de « si » van de indirecte vraag: leidt « si » een weergegeven vraag in en geen voorwaarde, dan is de conditionnel weer mogelijk. Het Office citeert « Nous aimerions savoir si vous seriez disposée à entrer en fonction le mois prochain. » Dat is de « of » van « wij zouden graag weten of u bereid zou zijn ».

Het tweede is de toegevende « si », die een feit toegeeft in plaats van het te veronderstellen: dan mag het werkwoord in de conditionnel of in de toekomende tijd staan. « S'il ne viendrait pas volontiers, il viendra quand même » geeft tegenzin toe zonder er een voorwaarde van te maken.

Zeldzaam in gesprek, frequent in ambtelijk schrijven: wie ze herkent, verbetert geen correcte zin.

Waar dient de conditionnel voor zonder « si »?

Daar wordt hij nuttig, en daar stoppen cursussen te vroeg. De fiche van het Office over de modale waarde van de conditionnel noemt vijf toepassingen, alle zonder zichtbare « si ».

  • Onzekerheid, om informatie onder voorbehoud te geven. Dat is de conditionnel van de pers: « le bilan serait de trois blessés ».
  • Hoffelijkheid, om een verzoek, een raad of een bevel te verzachten: « je voudrais un café » in plaats van « je veux un café ».
  • Toegeving, met de wending « ne savoir + infinitief ».
  • Verrassing of ergernis, in een uitroep of een vraag: « moi, j'aurais dit ça ? »
  • Het verzonnene van kinderspelen: « moi je serais le capitaine ».

Het Nederlands doet hetzelfde met « zou » en « naar verluidt ». Het Franse pad is korter, omdat één uitgang beide taken draagt. Eerst de hoffelijkheid, vanaf A2 bruikbaar in een winkel of een mail, dan de onzekerheid, alomtegenwoordig in het nieuws.

Wat deze regels niet zeggen

Ten eerste zijn de instellingen het niet eens over wat hij is. De gids grammaticale terminologie van het Franse ministerie van Onderwijs beslist: « le conditionnel, en dépit d'une tradition encore vivace, doit bien être considéré comme un temps de l'indicatif », met als argument de symmetrie chanterai, chanterais, chantai, chantais. Het Taalportaal van Canada noemt zijn fiche nog « conditionnel (mode du verbe) ». Als leerboek en docent hem anders indelen, heeft geen van beiden ongelijk.

Ten tweede beschrijft de regel de schrijfnorm. Carmen LeBlanc onderzocht een corpus gesproken Frans uit de hoofdstadregio van Canada, 120 informanten, in de Canadian Journal of Linguistics van juli 2009: de conditionnel komt daar wel degelijk in « si »-bijzinnen voor, en zijn vorm wordt bepaald door de modale lezing van de uiting.

Drie grenzen. De studie dekt één regio van Canada en zegt niets over het Frans van Frankrijk of Afrika. Zij beschrijft spreektaal, geen voorbeeld. En op het DELF wordt volgens de schoolgrammatica's gecorrigeerd: op papier geldt de regel.

Blijft de rolverdeling: « si » zet het decor, de conditionnel zegt wat eruit zou volgen. Goede oefening: neem drie herinneringen en vertel hoe het anders was gelopen. Daar luistert een examinator naar.

U bepaalt uw niveau met onze niveautest en werkt deze systemen hardop uit met een gediplomeerde docent met Frans als moedertaal, in een live les, individueel of in een kleine groep van drie tot vijf leerlingen, zonder abonnement. Onze artikelen over de subjonctif, over futur proche en futur simple en over passé composé en imparfait vullen dit aan.

Bronnen

Sneller vooruitgaan?

Bepaal je niveau in tien minuten, zonder account, en vertrek met een plan.