Ceci, cela of ça: welke kiest u in het Frans?
586 ceci, 3 679 cela, 4 493 ça: wat de cijfers doen met de regel uit de leerboeken.
Een studie van het CMLF 2010 telt in 91 literaire teksten van na 1950 precies 586 gevallen van «ceci», 3 679 van «cela» en 4 493 van «ça». De vorm die leerboeken het eerst noemen is dus de zeldzaamste van de drie, en het verschil tussen de eerste twee gaat niet over afstand maar over richting.
Hoeveel aanwijzende woorden heeft het Frans, en welke zijn onzijdig?
Het stelsel is gesloten: de volledige lijst past in vijftien vormen. Het CCDMD-blad over het aanwijzend voornaamwoord deelt ze in vijf reeksen: mannelijk enkelvoud «celui», «celui-ci», «celui-là»; vrouwelijk enkelvoud «celle», «celle-ci», «celle-là»; onzijdig «ce», «c'», «ceci», «cela»; mannelijk meervoud «ceux», «ceux-ci», «ceux-là»; vrouwelijk meervoud «celles», «celles-ci», «celles-là». Het onzijdige gedraagt zich als het mannelijk enkelvoud.
Slechts drie vormen zijn onzijdig: ze nemen geen mannelijk en geen vrouwelijk woord op, maar een ding, een gedachte, een hele zin. «Je préfère cette robe à celle-ci» neemt een vrouwelijk woord op; «Celui qui a fait ça est un artiste» neemt een persoon op met «celui» en een handeling met «ça». Dat is dezelfde ingreep als bij de voornaamwoorden «y» en «en»: een woordgroep vervangen door een kort woord. En zoals bij het geslacht van de zelfstandige naamwoorden is niet de lijst het probleem maar de keuze erin.
Wie Nederlands spreekt loopt tegen een vertrouwde val aan. Het Nederlands stelt «deze» tegenover «die», maar die keuze hangt mede af van het geslacht van het woord: deze tafel, dit boek. U bent dus gewend aan een aanwijzend woord dat zich naar het zelfstandig naamwoord richt. De drie Franse onzijdige vormen richten zich naar niets: ze verwijzen naar een gedachte, en de keuze ertussen gaat over de richting in de tekst, terug of vooruit. Het Nederlandse gevoel helpt hier niet, het leidt af.
Wat zegt de regel over de keuze tussen «ceci» en «cela»?
Het Office québécois de la langue française geeft hem in twee stappen. Het artikel over het onderscheid tussen ceci en cela legt eerst uit dat «ceci» verwijst naar wat dichtbij de spreker is en «cela» naar wat verder weg is, zoals «voici» en «voilà». Daarna komt het criterium dat echt werkt: «ceci» kondigt aan wat gezegd gaat worden, «cela» grijpt terug.
De voorbeelden zeggen het beter dan een definitie. «Retenez bien ceci : je ne renoncerai jamais à ma liberté.» kondigt aan. «Les employés sont autorisés à partir dès 17 h : rappelez-leur bien cela.» grijpt terug. Dezelfde logica bij de uitdrukking: «cela dit» vat samen wat voorafgaat voordat er een beperking volgt, en het artikel vindt die logisch te verkiezen boven «ceci dit», een vorm die het als minder frequent maar toelaatbaar beschrijft.
Het sluit af met de vaststelling dat «cela» «ceci» verdringt. Over «ça» en over register zegt het niets.
Welke van de drie vormen komt u werkelijk tegen?
Hier verschuiven de cijfers de regel. In «Le sens cataphorique de ceci, cela et ça» (CMLF 2010) telt Michel Achard de drie vormen in 91 teksten van na 1950 uit de databank Frantext: 586 «ceci», 3 679 «cela» en 4 493 «ça».
In gedrukt literair proza dus, en niet in een gesprek op een terras, is «ça» al de frequentste van de drie, en «ceci» ongeveer zeven keer zeldzamer dan «cela». Het artikel van de normerende instelling, dat u bij de keuze moet helpen, noemt de gewoonste vorm helemaal niet. Alleen het CCDMD-blad zegt het, in één regel: «cela» kan in de vertrouwelijke stijl worden teruggebracht tot «ça».
Ceci kondigt aan, cela grijpt terug: wat tonen de cijfers?
Achard ordent elk geval naar de vraag of het terug of vooruit verwijst. Van de 586 «ceci» verwijzen 298 terug (50,85 %) en 221 vooruit (37,71 %). Van 594 onderzochte «cela» verwijzen 559 terug (94,10 %) en slechts 26 vooruit (4,37 %). Van 523 onderzochte «ça» verwijzen 420 terug (80,30 %) en 101 vooruit (19,31 %).
De regel geldt dus, maar niet in de vorm waarin hij wordt geleerd. Het is niet zo dat «ceci» aankondigt en «cela» terugrijpt: «cela» grijpt bijna altijd terug, en «ceci» is de enige van de drie die in meer dan een derde van haar gebruik aankondigt. Het verschil gaat over richting, en het is ongelijk.
Praktisch gevolg, en hier zit een veelgemaakte fout: kondigt uw zin iets aan, dan is «ceci» juist en vrijwel als enige juist. Grijpt hij terug op wat u net zei, dan kunnen «cela» en «ça» beide, en beslist het register.
Wat zeggen deze cijfers niet?
Vier voorbehouden, alle uit de studie zelf.
- De onderzochte totalen zijn niet de getelde totalen. Alle 586 «ceci» zijn bekeken, maar van de 3 679 «cela» slechts 594, willekeurig gekozen.
- De steekproef van «ça» komt uit één boek: de 523 onderzochte voorbeelden komen uit de 2 057 gevallen in «Les Mandarins» van Simone de Beauvoir. Dat percentage beschrijft een romanschrijfster voordat het de taal beschrijft.
- Het corpus is literair en de studie scheidt spreektaal en schrijftaal niet. Dat «ça» in gesproken Frans overheerst, volgt er niet uit. Wat er wel uit volgt is sterker: «ça» overheerst al in gedrukt proza.
- Het artikel noemt 110, 7 en 101 voorbeelden in zijn drie aankondigende configuraties van «ceci», samen 218, terwijl de tabel 221 aangeeft. De drie regeltotalen kloppen wel (298 plus 221 plus 67 is 586). Wij geven daarom de aantallen en de tabelpercentages, en laten dat ene detail liggen.
Nog een laatste ijkpunt, uit een andere bron en een ander register: in een corpus gesproken Frans, opgenomen in Brazzaville tussen 2003 en 2004, twaalf teksten en 56 668 woorden, telt Edouard Ngamountsika 534 aanwijzende bepalers op 4 960, dus 10,76 %, meer dan de bezittelijke. Het aanwijzend woord is geen zeldzaam sieraad. Maar dat corpus beschrijft het Frans zoals het in Congo wordt gesproken, niet het Frans in het algemeen, en het gaat over bepalers, niet over de drie onzijdige voornaamwoorden.
Blijft een beslisregel in drie handelingen. Kijk waarheen uw zin wijst: komt het ding erna, schrijf dan «ceci». Komt het ervoor, kies dan tussen «cela» en «ça» naar de persoon tegen wie u spreekt. Lees daarna terug: twijfelt u nog, dan had u waarschijnlijk «ce» nodig («fais ce que tu veux»), en geen van de drie.
Een lijst vormen en een regel over richting kunt u alleen lezen, en onze niveautest zegt u waar u staat. Maar of u «ça» of «cela» zegt tegen de persoon voor u, beslist u tijdens het spreken. Bij Frenchee zijn de docenten moedertaalsprekers met een diploma, de lessen zijn live, individueel of in groepen van drie tot vijf, zonder abonnement, en vanaf nul beginnen verandert daar niets aan: het register leert u samen met de vorm.
Bronnen
- Michel Achard, «Le sens cataphorique de ceci, cela et ça», handelingen van het CMLF 2010
- Office québécois de la langue française, Distinction entre ceci et cela, Banque de dépannage linguistique
- Edouard Ngamountsika, studie over bepalers in gesproken Frans in Congo, handelingen van het CMLF 2010